Indexeringspercentage alimentatie 2020

Het wettelijke indexeringspercentage voor alimentatie wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld door het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Elk jaar veranderen de lonen en daarom wordt dit ook doorberekend in het vastgestelde alimentatie bedrag. Per 1 januari 2020 stijgt de kinder- en/of partneralimentatie weer met 2,5%.

Maurena Leimena: “Maar let op, dit gaat niet vanzelf! Wanneer de onderhoudsplichtige het bedrag niet uit zichzelf verhoogd, zult u diegene hierop moeten wijzen. Ook is het mogelijk dat de wettelijke indexering wordt uitgesloten.“

 

Wettelijke indexering

De wettelijke indexering geldt voor door de rechter vastgestelde alimentatie en voor overeengekomen alimentatie slechts voor zover deze verplichting uit de wet voortvloeit. Het nieuwe percentage wordt vastgesteld aan de hand van het loonindexcijfer. Het vastgestelde indexeringspercentage wordt eerst berekend over de vastgestelde bijdrage en vervolgens elke keer over de laatst gewijzigde bijdrage. Met toepassen van de wettelijke indexering wordt bereikt dat eenmaal vastgestelde of overeengekomen alimentatie ondanks wijzigingen in de hoogte van de lonen blijven beantwoorden aan de wettelijke maatstaf van de draagkracht. Tevens wordt op deze wijze voorkomen dat degene die alimentatie ontvangt elk jaar aanpassing van de uitkering moet vragen in verband met inflatie.

 

Verhoging gaat niet vanzelf

Het doorvoeren van de wettelijke indexering gaat niet vanzelf! Wanneer de onderhoudsplichtige het bedrag niet uit zichzelf verhoogd, zult u diegene hierop moeten wijzen. Dit kunt u doen door een brief te schrijven of de persoon op de wettelijke verhoging te attenderen. Wanneer u een brief schrijft, kunt u het beste ook gelijk het nieuwe bedrag vermelden. Dit bedrag kunt u berekenen op de website van het Landelijke Bureau Inning Onderhoudsbijdrage.
Niet geinde wettelijke indexering is onderhevig aan verjaring van vijf jaar. Maar niet betaalde wettelijke indexering, zelfs langer dan vijf jaar geleden, kan later nog wel verrekend worden met te veel betaalde alimentatie.

 

Uitsluiten

De wettelijke indexering kan ook uitgesloten worden. Dit kan zowel door de partijen bij overeenkomst als door de rechter bij rechterlijke uitspraak. Voorbeelden hiervan zijn wanneer het inkomen van de onderhoudsplichtige niet zoveel stijgt als het loonindexcijfer aangeeft of wanneer het salaris naar buitenlandse maatstaven wordt vastgesteld.
Naast dat het percentage uitgesloten kan worden, is het ook mogelijk om de wettelijke indexering voor een bepaalde periode uit te sluiten.

 

Gratis 30 minuten adviesgesprek

Bent u benieuwd of uw alimentatie nog wel goed geregeld is? Wilt u uw alimentatie opnieuw laten beoordelen of heeft u andere vragen? Bel voor het maken van een gratis 30 minuten adviesgesprek met 085 047 35 53 of plan hier een afspraak.

Informatie- en energiebesparingsplicht

U heeft er als ondernemer vast al over gehoord: Wanneer uw bedrijf meer dan 50.000 kWh aan elektriciteit of meer dan 25.000m3 aardgas (equivalent) per jaar verbruikt, heeft u sinds juli 2019 te maken met nieuwe regelgeving.

Kristien Aerts: “De informatieplicht energiebesparing is een aanpassing en uitbreiding van de Wet Milieubeheer. Dit houdt in dat u via het Loket van RVO.NL een opgave moet doen van de getroffen energiebesparende maatregelen die zich binnen 5 jaar terugverdienen.”

 

Controleer of u moet rapporteren

Of u moet voldoen aan deze informatieplicht kunt u hier zelf checken door uw eigen jaarcijfers in te vullen. Houd er rekening mee dat u bij het totale energieverbruik de zelfopgewekte energie niet in mindering mag brengen.

Als uit deze check blijkt dat er een informatie- en energiebesparingsplicht is, kan via hetzelfde stappenplan worden beoordeeld hoe u aan die informatieplicht kan voldoen. Dit is per bedrijfstak verschillend. De informatieplicht geldt niet voor bedrijven die vergunningsplichtig zijn (type C), glastuinbouwbedrijven die deelnemen aan ETS en bedrijven die deelnemen aan het MJA3 convenant.

 

Hoe werkt het?

De informatie dient online te worden aangeleverd via mijn.rvo.nl. Hiervoor is een e-herkenning niveau 1 vereist. Wanneer u deze niet heeft, kunt u er een aanvragen bij een leverancier welke hier te vinden zijn. Deze aanvraag duurt ongeveer 5 werkdagen.

Voor elke maatregel die vervolgens op de lijst per bedrijfstak is opgenomen dient te worden aangevinkt of die maatregel al dan niet is toegepast. Het is vervolgens het bevoegd gezag (veelal de gemeente) die deze informatie beoordeelt om te bezien of aan de verplichtingen is voldaan.

 

Waar moet u aan denken?

Er kunnen allerlei verschillende energiebesparende maatregelen getroffen worden. Dit kan per bedrijfstak verschillen. De maatregelen zijn dan ook in thema’s verdeeld. Wel moet elke bedrijfstak tenminste maatregelen treffen ten aanzien van verlichting, verwarming, ventilatie en isolatie.

 

Wat als u niet voldoet aan de nieuwe informatieplicht?

Als er geen of een onjuiste rapportage wordt ingediend en dus niet wordt voldaan aan de verplichting, wordt dit als een overtreding gezien, waartegen handhavend opgetreden kan worden. Als daaraan vervolgens ook niet wordt voldaan, volgt een sanctie. Het gaat hier overigens om het niet voldoen aan de informatieplicht, (nog) niet aan de maatregelen zelf.

 

Gratis 30 minuten adviesgesprek

Ik kan me voorstellen dat u als ondernemer andere zaken aan uw hoofd heeft dan het uitzoeken van deze wettelijke verplichting. Heeft u vragen over deze nieuwe regelgeving? Dan kunt u hier altijd een afspraak maken voor een gratis 30 minuten adviesgesprek. Ik vertel u graag meer over deze nieuwe regelgeving.

Deskundige Begeleiding met een vFAS-Advocaat

Bekijk in deze video hoe een vFAS-advocaat u deskundig door een scheidingsperiode heen helpt. De vFAS-advocaat heeft aandacht voor uzelf, de kinderen en heeft aandacht voor zowel de juridische, als de emotionele kant van uw scheiding.

Maurena Leimena is gespecialiseerd advocaat (familierecht) en ook scheidingsmediator. Aerts Leimena advocaten is lid van de vereniging van Familie- en erfrecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS). vFAS-advocaten beschikken over actuele juridische kennis op het gebied van onder meer ouderschapsplannen, pensioenverevening, alimentatie en huwelijkse voorwaarden.

Maatwerk huurovereenkomst

Maatwerk huurovereenkomst

Ondanks dat er diverse standaard huurovereenkomsten voor zowel woonruimte als voor kantoor- en bedrijfsruimte zijn te vinden op de website van de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) is het toch belangrijk zelf na te denken over wat u wilt overeenkomen met uw (ver)huurder.

Kristien Aerts: “Huurprijswijzigingen, de bevoegdheid van inspectie, het opnemen van een verlengingsmogelijkheid, het zijn slechts enkele voorbeelden van onderdelen die aangepast kunnen worden op basis van de afspraken die u zelf wilt maken met uw (ver)huurder. Ik help u graag bij het opstellen van een huurovereenkomst, althans bij het maatwerk daarbij.”

 

Website

Ondanks dat er diverse standaard huurovereenkomsten voor zowel woonruimte als voor kantoor- en bedrijfsruimte zijn te vinden op de website van de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) is het toch belangrijk zelf na te denken over wat u wilt overeenkomen met uw (ver)huurder.

 

Raad van Onroerende Zaken

De Raad voor Onroerende Zaken heeft als doel juridisch juiste en in de praktijk goed toepasbare model huurcontracten voor woonruimte, winkelruimte, kantoorruimte en de autobox/ parkeerplaats beschikbaar te stellen. Modellen die als ‘dé standaard’ gelden binnen de verhuurpraktijk. Ook algemene bepalingen zijn te downloaden die van toepassing kunnen worden verklaard op die overeenkomsten. Een heel mooi uitgangspunt waarover door verschillende beroepsgroepen is nagedacht.

 

Maatwerk in de huurovereenkomst

Kristien Aerts: “Het blijft evenwel belangrijk zelf na te denken over wat je wilt overeenkomen met je (ver)huurder en dus die standaarden goed na te zien of deze op onderdelen moeten worden aangepast.   In de algemene bepalingen woonruimte is zelfs een fout opgenomen in artikel 19.9. Daarin wordt één keer het woord huurder gebruikt in plaats van verhuurder, hetgeen tot flauwe en onnodige discussies kan leiden. Denk verder aan bepalingen over huurprijswijzigingen, de bevoegdheid van inspectie, de mogelijkheid tot indeplaatsstelling, het opnemen van een verlengingsmogelijkheid of een huuroptie, (welke begrippen nog wel eens ten onrechte over één kam worden geschoren) etc. Ik help u graag bij het opstellen van een huurovereenkomst, althans bij het maatwerk daarbij.”

 

Gratis 30 minuten adviesgesprek
Voor persoonlijk advies kunt u een afspraak maken voor een gratis 30 minuten adviesgesprek via onze contactpagina.

Het belang van deskundige begeleiding bij scheidingen

Uit onderzoek blijkt dat maar liefst 40% van de mensen die gescheiden zijn, spijt hebben van de getroffen financiële regelingen. Daarom staat de dag van de scheiding dit jaar in het teken van scheiden en financiën.

Maurena Leimena: “Om te voorkomen dat u ook spijt krijgt van getroffen regelingen op welk gebied dan ook, adviseer en begeleid ik u graag. Het doel is altijd om zo zorgvuldig en respectvol mogelijk uit elkaar te gaan.
Bij Aerts Leimena Advocaten kunt u het hele jaar door terecht voor een gratis 30 minuten adviesgesprek over scheiden en niet alleen op deze speciale dag. Wilt u op de dag van de scheiding graag langskomen voor een adviesgesprek? Maak dan vooraf even een afspraak via 085 0473553.

Ook een voorlopige koopovereenkomst is bindend!

Regelmatig hoor je dat de voorlopige koopovereenkomst voor een woning is getekend. Maar hoe voorlopig is zo een overeenkomst eigenlijk?
Kristien Aerts: “Een voorlopige koopovereenkomst klinkt nog heel vrijblijvend maar zodra er handtekeningen onder staan is daar weinig voorlopigs meer aan. Deze overeenkomst is bindend voor beiden partijen.”

 

Bedenktermijn van drie dagen

De eerste drie dagen geldt er voor een particuliere koper een bedenktermijn. Zonder reden of financiële gevolgen kan de koper dan nog afzien van de koop. De verkoper heeft dit recht niet. Na de bedenktermijn van drie dagen zijn beiden partijen gebonden aan de overeenkomst.

 

Ontbindende voorwaarden

In de koopovereenkomst kunnen allerlei ontbindende voorwaarden zijn opgenomen. Het bekendste voorbeeld hiervan is het financieringsvoorbehoud. Men dient dan wel aan bepaalde voorwaarden te voldoen om de overeenkomst alsnog te kunnen ontbinden. Het standpunt dat de financiering niet verleend wordt zal goed onderbouwd moeten worden.

 

Niet nakomen afspraken

Wanneer de koopovereenkomst niet wordt nagekomen en de bedenktermijn van drie dagen is verstreken, is de niet nakomende partij vanaf de dag van verzuim een boete verschuldigd. Wanneer de andere partij nakoming wenst, bedraagt deze veelal 3% van de koopprijs met een maximum van 10%. Wanneer de overeenkomst wordt ontbonden is de niet nakomende partij een boete van 10% van de koopsom verschuldigd. Voor eventuele schade die boven dit bedrag uitkomt is de niet nakomende partij eveneens aansprakelijk.

 

Wanneer is een koopovereenkomst geldig?

Als de koper een particulier is, is er geen geldige koopovereenkomst zolang die niet door beide partijen is getekend. In dit geval geldt dus niet dat een mondelinge overeenkomst ook een overeenkomst is.

Heeft u vragen over de inhoud van een koopovereenkomst of wilt u deze laten controleren voordat u deze gaat tekenen? Wij adviseren u graag! Maak hier direct een afspraak voor een gratis 30 minuten gesprek.

Wat gebeurt er met de kinderen als de ouders overlijden?

Dit is iets waar u liever niet over nadenkt maar wel goed geregeld wilt hebben. Wat gebeurt er met de kinderen als u er zelf niet meer bent? Is het mogelijk om zelf iets te regelen en wat als er niets geregeld is?

Maurena Leimena: “Het is mogelijk om zelf te bepalen wie na uw overlijden als voogd of voogden de voogdij over uw minderjarige kinderen zal of zullen hebben. Dit kunt u zelf regelen in het gezagsregister of in een testament door de notaris. Wanneer u zelf niets regelt, beslist de rechter wat er met de kinderen gaat gebeuren.”

 

Wat als er niets geregeld is?

In het burgerlijk wetboek staat geregeld wat er met de kinderen gebeurt wanneer een ouder of beiden ouders komen te overlijden.

  • Gezag bij beiden ouders
    Vaak hebben ouders gezamenlijk gezag over hun kinderen. Komt één van de ouders te overlijden dan gaat het gezag automatisch over op de andere ouder. Dat geldt ook indien de overleden ouder het gezag deelde met een derde, niet zijnde een ouder. Alleen is er dan na de dood van de ouder sprake van voogdij. Het is wel zo dat de rechtbank op verzoek van de andere (nog levende) ouder na een zorgvuldige belangenafweging deze ouder alsnog met het gezag kan belasten.
  • Gezag bij één ouder
    Wanneer het gezag over de kinderen bij één ouder rust en deze ouder komt te overlijden, dan benoemt de rechter een voogd voor de kinderen. De rechter zal zich daarbij meestal laten adviseren door de RvdK (Raad voor de Kinderbescherming). De RvdK zal onderzoek doen of het kind eventueel bij de nog levende ouder terecht kan of bij een derde. Er zal door de rechter altijd een belangenafweging gemaakt worden, waarbij hij zal moeten oordelen of er gegronde vrees bestaat de belangen van de kinderen niet worden verwaarloosd wanneer de ander ouder met het gezag wordt belast.
  • Geen gezaghebbende ouders meer
    Wanneer er geen gezaghebbende ouders meer zijn, dan zal de rechter eveneens een voogd voor de kinderen benoemen. Ook dan zal de rechter om advies bij de RvdK vragen. In veel gevallen wordt gekeken of kinderen bij familieleden terecht kunnen. Een kind komt niet altijd bij familie terecht. Er zijn kinderen die onder voogdij van Bureau Jeugdzorg komen te staan en in een pleeggezin geplaatst worden.

 

Wat kunt u zelf regelen?

Wanneer u niet wilt dat een rechter beslist over wat er met de kinderen gaat gebeuren, kunt u dat zelf regelen in het gezagsregister of door de notaris in een testament.

  • Gezagsregister
    In het gezagsregister kunt u zelf door middel van het invullen van dit formulier laten vastleggen wie u als voogd aanwijst.
  • Testament
    Een testament wordt opgesteld door de notaris. Hierin kunt u een voogd benoemen. Daarnaast kunnen hierin ook verdere wensen opgenomen worden in tegenstelling tot het gezagsregister.

Op het moment dat u overlijdt heeft de benoeming slechts gevolg wanneer er geen andere met het gezag belaste ouder is. Oefenen ouders het gezamenlijk gezag uit en één ouder komt te overlijden, dan gaat het gezag eerst automatisch over naar de andere ouder. Overlijdt de ouder die samen met een niet-ouder het gezag uitoefende, dan wordt de niet-ouder van rechtswege voogd over de kinderen. Ook dan heeft de voogdijbenoeming door de ouder geen effect.

Degene die als voogd in een testament is benoemd, zal de benoeming wel moeten aanvaarden. Als de voogd bereid is de benoeming te aanvaarden, legt hij hiervoor een bereidverklaring af bij de griffie van de rechtbank. De voogdij begint op het moment dat de voogd de voogdijverklaring heeft afgelegd. Als de voogd de benoeming weigert, kan de rechter alle betrokkenen oproepen voor een zitting.

Ook wanneer u alleen het gezag over de kinderen heeft, kunt u in een testament een voogd benoemen. Maar let op dat de andere ouder die niet met het gezag belast is, nog altijd de mogelijkheid heeft om na het overlijden bij de rechter hiervoor een verzoek weg te leggen. Dit moet wel binnen een bepaalde termijn gebeuren. Uiteraard zal de rechter bij een dergelijk verzoek ook weer beoordelen of bij inwilliging van het verzoek de belangen van de kinderen niet worden verwaarloosd.


Gratis 30 minuten adviesgesprek
Voor persoonlijk advies kunt u hier een afspraak maken voor een gratis 30 minuten adviesgesprek.

Last van het stookgedrag van de buren?!

LAST VAN HET STOOKGEDRAG VAN DE BUREN?!

Kristien Aerts: “Een vaak gehoorde klacht is dat er door de buren een houtkachel wordt gestookt, waardoor er rook- en geuroverlast en zelfs gezondheidsklachten ontstaan. Onlangs is er in een dergelijke zaak door de rechtbank (wederom) geoordeeld dat iemand niet zomaar kan worden veroordeeld om stookgedrag te staken, hoezeer de naaste buren daar ook last van ondervinden. Volgens vaste rechtspraak is namelijk niet alle hinder onrechtmatig”.

 

Niet alle hinder onrechtmatig
Dit is afhankelijk van de aard, de ernst, en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden. Dit is nogal een open norm.

 

Deskundigenrapport
Er zijn geen wettelijke normen waaraan houtkachels moeten voldoen. Je kan een rapport laten opmaken, echter als de buren daaraan niet meewerken, zal dit rapport mogelijk niet als objectief worden beschouwd. Het is dan ook van belang een zo’n objectief mogelijk deskundigenrapport te verkrijgen, om een slagingskans tot het staken van het stoken te kunnen beoordelen.
Ook ten aanzien van gezondheidsklachten zal aangetoond moeten worden dat deze veroorzaakt worden door het stookgedrag.

 

Tijdstip van hinder
Tevens is van belang of degene die zich beklaagt over hinder zich ter plaatse heeft gevestigd vóór dan wel ná het tijdstip waarop de hinder een aanvang heeft genomen. In dat laatste geval zal de klager een zekere mate van hinder eerder hebben te dulden.
Voorafgaand (of naast) aan een civiele procedure kan tevens bij de gemeente om handhaving worden verzocht.

 

Gratis 30 minuten adviesgesprek
Veroorzaken uw buren overlast met stookgedrag en wilt u hier een einde aan maken? Ik adviseer u graag! Bel voor het maken van een gratis 30 minuten adviesgesprek met 085 047 35 53 of plan hier een afspraak.

Mijn echtgenoot heeft mij onterfd. Wat zijn mijn rechten?

Maurena Leimena: “In een testament kan vastgelegd worden wat er met de erfenis gebeurt nadat iemand is overleden. Zo is het ook mogelijk om in een testament een kind of echtgenoot te onterven. Een kind kan dan alsnog altijd aanspraak maken op de legitieme portie, het wettelijk minimum. Ook een echtgenoot heeft bepaalde rechten waar aanspraak op gemaakt kan worden. Ik vertel u er graag meer over in dit artikel.”

 

Op welke rechten kan de partner of echtgenoot aanspraak maken?

De rechten waar een echtgenoot aanspraak op kan maken worden ook wel ‘andere’ wettelijke rechten genoemd. Deze zijn opgenomen in afd. 3.4.2. van Boek 4 Burgerlijk Wetboek. Het is voor de erflater niet mogelijk om in het testament van deze rechten af te wijken.

– Voortgezet gebruik woning en inboedel
De wetgever heeft het mogelijk gemaakt dat een echtgenoot niet direct na het overlijden van de erflater de woning hoeft te verlaten. De woning moet dan wel geheel of gedeeltelijk tot nalatenschap van de erflater behoren. De echtgenoot mag tot zes maanden na het overlijden van de erflater gebruik maken van de woning en ook van de zich in de woning bevindende inboedel. Dit recht geldt ook voor iemand die met de erflater een duurzame huishouding voerde. Denk bijvoorbeeld aan een partner waarmee de erflater samenwoonde zonder samenlevingsovereenkomst of een (stief)kind.

– Vruchtgebruik van woning en inboedel
Wanneer de echtgenoot samen met de erflater of alleen woonde in de woning van de erflater, kan de echtgenoot na die zes maanden nog langer gebruik maken van de woning en inboedel. Ook als de echtgenoot van de erflater volgens het testament niet of niet de enige eigenaar is van de woning en inboedel als nalatenschap kan men hier aanspraak op maken. De echtgenoot kan dan van de erfgenamen verlangen dat zij medewerking verlenen aan de vestiging van een vruchtgebruik op de woning en de inboedel.
Vruchtgebruik is een zakelijk recht om van de woning en inboedel gebruik te mogen maken.

– Vruchtgebruik van andere bezittingen dan woning en inboedel
De echtgenoot kan zelfs de medewerking van de erfgenamen verlangen tot de vestiging van een vruchtgebruik op andere bezittingen van de erflater. Denk hierbij aan een bankrekening. Echter gelden voor dit wettelijk recht wel strengere eisen. Waar de echtgenoot bij het vruchtgebruik van de woning en inboedel niet hoeft aan te tonen dat deze bezittingen nodig zijn om in de verzorgingsbehoefte van de echtgenoot te voorzien, geldt dat de echtgenoot bij andere bezittingen de verzorgingsbehoefte wel aannemelijk dient te maken. Dit wettelijk recht dient als vangnet zodat de echtgenoot na het overlijden niet in een financieel nijpende situatie terecht komt. Het moet dus gaan om een passende voorziening indien de verzorging van de echtgenoot niet is gewaarborgd. Wanneer de echtgenoot van de erflater als gevolg van diens overlijden bijvoorbeeld nabestaandenpensioen ontvangt zal er minder snel sprake zijn van een verzorgingsbehoefte.

 

Maak op tijd aanspraak op uw rechten voordat het te laat is

De echtgenoot dient op tijd aanspraak op deze twee laatst genoemde rechten te maken. Wanneer diegene gebruik wilt maken van het recht tot vestiging van vruchtgebruik op woning en inboedel dient dit binnen zes maanden na overlijden van de erflater kenbaar gemaakt te worden aan de erfgenamen. Voor het recht tot vestiging van vruchtgebruik op de andere bezittingen geldt dat de aanspraak uiterlijk binnen een jaar na overlijden van de erflater moet zijn gedaan.

Wanneer de erfgenamen weigeren mee te werken aan het vestigen van een vruchtgebruik dan kan de echtgenoot daarvoor naar de rechter stappen. Dit moet dan uiterlijk binnen een jaar en drie maanden na overlijden gebeuren.

 

Wat kunnen de erfgenamen doen als ze het er niet mee eens zijn?

Allereerst kunnen de erfgenamen de echtgenoot een redelijke termijn stellen om aan te geven of er aanspraak gemaakt wordt op deze rechten. De erfgenamen kunnen de kantonrechter ook vragen om het vruchtgebruik op te heffen, of om hen te ontheffen van de verplichting tot vestiging van het vruchtgebruik. De kantonrechter beoordeelt dan of de echtgenoot wel echt behoefte heeft aan het vruchtgebruik op de woning, de inboedel en/of andere bezittingen.

 

Gratis 30 minuten adviesgesprek

Heeft u als echtgenoot, kind of juist als erfgename van de erflater vragen over uw eigen persoonlijke situatie? Ik adviseer u graag! Bel voor het maken van een gratis 30 minuten adviesgesprek met 085 047 35 53 of plan hier een afspraak.

Kiest u voor een vaste aanneemsom of uitvoering in regie?

Kristien Aerts: “Gedurende een bouwproces komt het regelmatig voor dat er wordt afgeweken van het oorspronkelijke bouwplan. De wijzigingen vinden vaak in goed overleg plaats tussen de aannemer en de opdrachtgever. De financiële gevolgen echter niet en dit kan zorgen voor onenigheid tussen beiden partijen.”


Regiebasis of vaste aanneemsom

Wanneer u werkzaamheden wilt laten uitvoeren door een aannemer, kunt u ervoor kiezen om dit op regiebasis of tegen een vaste aanneemsom te doen.

  • Regiebasis
    De werkelijk gemaakte kosten worden doorberekend (arbeid en materiaal) en verhoogd met kosten voor winst en algemene kosten.
  • Vaste aanneemsom
    U weet vooraf waar u aan toe bent. Indien de uren tegenvallen, komt dit voor rekening van de aannemer. Een aannemer zal dit natuurlijk veelal incalculeren.


Regels rondom meerwerk

Tijdens de bouw kan het voorkomen dat er meer weer werk moet worden gedaan dan vooraf is afgesproken. Wanneer u gekozen heeft voor regiebasis wordt dit automatisch doorberekend. Bij een opdracht met een vaste aanneemsom is dit anders. Onder bepaalde omstandigheden mag de aannemer de kosten daarvan als meerwerk doorbereken aan de opdrachtgever:

  • Wanneer de aannemer bij het aangaan van de overeenkomst geen rekening had hoeven houden met deze kostenverhogende omstandigheden.
  • Wanneer het meerwerk het gevolg is van onjuiste informatie van de opdrachtgever.

Voorwaarde is wel dat de aannemer de opdrachtgever zo spoedig mogelijk en voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd waarschuwt over de noodzaak van de prijsverhoging. De opdrachtgever heeft dan nog de keuze om de overeenkomst (gedeeltelijk) op te zeggen of de opdracht te vereenvoudigen.


Wijzigingen tijdens de bouw

Indien de opdrachtgever tijdens de bouw extra werkzaamheden wenst of toch liever voor luxere materialen kiest, zal dit goed gedocumenteerd moeten worden met de financiële consequenties daarbij. De opdrachtgever moet hier dan goedkeuring voor geven zodat de opdrachtgever en de aannemer achteraf niet voor verrassingen komen te staan.


Gratis 30 minuten adviesgesprek

Mocht u helaas in een soortgelijk conflict terecht zijn gekomen maak dan een afspraak voor een gratis 30 minuten adviesgesprek via 085 047 35 53 of plan hier een afspraak.